Kenai is een heel klein stadje aan de oever van Cook Inlet. Als je er vanuit Anchorage naartoe rijdt duurt dat vijf uur en met een beetje mazzel kom je een paar auto’s onderweg tegen. Langs het strand van Kalifornsky beach, het strand waarvandaan wordt gevist, zie je veel kleine bootjes liggen van hooguit 5 meter lang. In de winter is het stil, maar zomers als het seizoen gaat beginnen, komen de seizoensvissers met campers naar het strand toe en begint het te leven. ’s Avonds is het een prachtig gezicht als alle vissers op het strand na een dag hard werken aan het kampvuur zitten na te praten. Meestal gaat het dan over de vangst. “Wie heeft de grootste zalm gevangen vandaag en wat hebben we verdiend?”
De prachtige rode zalm die wordt gevangen gedurende de paar zomermaanden zoekt zijn weg terug naar de Kenai River, de rivier waar de zalm zo’n vijf jaar eerder werd geboren. Deze wilde zalm eet uitsluitend plankton en kunnen dus eigenlijk stellen dat de vis vegetarisch is. Maar op de plankton zitten kleine garnaaltjes die de fantastische rode kleur geven. De zalm eet alleen in zout water en zoekt zodra hij genoeg heeft gegeten zijn weg terug naar de rivier. Nadat er genoeg zalm de rivier is opgezwommen wordt de visvangst ‘opengesteld’.
Gedurende het seizoen gaan de vissers twee keer per week met de bootjes het water op om hun netten uit te zetten. Meer mag en kan niet, omdat op deze manier de visstand optimaal behouden blijft. Een paar uur later als het tij is gezakt halen ze de vis boven water om deze vervolgens zo snel mogelijk te verwerken. Elke boot kent drie vissers die uiterst voorzichtig met de vis omgaan zodat de kwaliteit optimaal behouden blijft. Geschaafd ijs brengt de vis na vangst direct naar zo’n 1 graad boven nul, dit geeft de vis de allerbeste kwaliteit.












