Het zal u mogelijk niet zijn opgevallen maar in de Nederlandse vissershavens als Scheveningen en IJmuiden liggen tussen alle grote kotters hier en daar kleine traditionele visbootjes verscholen. Vierenveertig van hen zijn sinds 2009 gecertificeerd met het MSC certificaat voor de tongvisserij. Op elke boot bevinden zich maximaal drie vissers en het gemiddelde aantal dagen dat er wordt gevist is niet meer dan 100. Het vissen met kleine bootjes heeft het nadeel dat het sterk weersafhankelijk is en dat we eigenlijk nooit kunnen zeggen wanneer er weer verse tong wordt aangeland. Maar de voordelen wegen daar voor deze zeemannen niet tegenop. De kleine bootjes zijn kort onderweg waardoor de kwaliteit van de tong werkelijk subliem is, vaak is het zelfs daardoor zo vers dat ze nog niet gegeten kunnen worden.
De vissers vertrekken vroeg in de ochtend om de staande netten op te halen die de dag daarvoor zijn uitgezet op de zanderige en modderige gronden van de Noordzee. Tongen zwemmen namelijk alleen ’s nachts als het donker is. De staande netten zijn een meter hoog en vijftig meter lang en worden op de bodem van de zee geplaatst. Een boot zet gemiddeld tussen de 100 en 300 netten uit. Het in- en uitzetten van het vistuig is hard werken, maar de kwaliteit van de vis loont. Nadat de tongen zorgvuldig de netten zijn uitgehaald en de netten weer zin teruggeplaatst voor de volgende dag, keren de vissers van zee terug.












